Slimme virussen en zombies

Op het moment dat ik dit schrijf vlieg ik over de grote oceaan terug van Suriname naar Nederland.  De eerste keer voor mij dat ik in Suriname ben, en dan nog wel voor zo’n leuk project als Viruskenner!

Ik kan veel vertellen over virussen, maar eigenlijk is het net zo interessant om vragen te stellen. Waarom ga je zo snel dood aan Ebola, maar niet van HPV? Waarom is vogelgriep gevaarlijker dan de jaarlijkse griep? Waarom blijft HIV in je lichaam maar ben je dengue kwijt als je beter bent? Tja, tot op zekere hoogte weet ik de antwoorden. Ebola maakt al je cellen snel kapot terwijl HPV een trage kanker veroorzaakt. Vogelgriep tast je longblaasjes aan terwijl seizoensgriep de luchtpijp infecteert. HIV nestelt zich in je DNA terwijl dengue dat niet kan. De kous is daarmee af. Of zou het kunnen dat er een niet dodelijke Ebola bestaat? En een griepvirus die je hersenen infecteert? En een HIV die wel geklaard kan worden? Dat zijn precies de vragen die we op het laboratorium stellen.

Een virus heeft bepaalde eigenschappen die bepalen hoe ziek je wordt. Maar eigenlijk heeft het virus er niets aan dat de gastheer dood gaat. Virussen hebben een levende gastheer nodig om doorgegeven te worden. Anders stopt het met vermenigvuldigen en dooft het virus uit. Ebola is eigenlijk zo’n virus. Het zorgt voor snelle en heftige ziekteverschijnselen gevolgd door de dood. Eigenlijk niet heel handig als je doorgegeven wilt worden. Toch lukte het Ebola om een gigantische epidemie te veroorzaken afgelopen 2 jaar. Andere factoren spelen dus ook een grote rol bij een snelle verspreiding. Welke denk jij?

HIV is bij verre het beste voorbeeld hoe een virus efficiënt veel mensen kan besmetten. Weet jij hoeveel mensen al besmet zijn met dit virus? HIV doet het ‘slimmer’ dan Ebola omdat de gastheer maanden tot jaren rond kan lopen zonder ziek te worden. In de tussentijd kan het virus zich verspreiden, bijvoorbeeld door seks. Influenza doet het wat betreft verspreiding ook heel goed. Infectie van de bovenste luchtwegen zorgt ervoor dat bij hoesten en niezen heel makkelijk virus doorgegeven wordt van de ene naar de andere persoon. Daar is geen seks voor nodig dus!

Het gedrag van het virus is dus essentieel voor een succesvolle verspreiding. Elk virus op zijn eigen manier. Sommige virussen zou je zelfs kunnen beschouwen als héél slim. Een voorbeeld: het Rabiës virus veroorzaakt hondsdolheid. Een hond, vos, wasbeer of ander carnivoor wordt dan vaak heel agressief en gaat andere beesten bijten. Ook mensen kunnen gebeten worden. Wat heeft het virus er nou aan dat de gastheer compleet van het pad raakt? Misschien is het toeval, maar ik denk dat het virus hier iets heel slims heeft ontwikkeld. Het virus zit niet alleen in de hersenen, maar ook in de speekselklieren. Zo verspreid de gastheer als een soort zombie het virus en kan het overleven in de tijd.

Ben jij het met me eens? Of denk je er heel anders over? In de wetenschap is het juist goed dat je er anders over denkt. Zo ontstaat een discussie en wordt je langzaam een filosoof op je kennisgebied.