nu.nl artikel westnijlvirus vastgesteld bij bloeddonor

Een muggenbeet. Meestal is het niet meer dan een jeukende bult waar je na een paar dagen alweer vanaf bent. Maar soms kan zo’n klein beestje een virus overdragen dat we liever niet tegenkomen.
Recent is bij een bloeddonor het westnijlvirus vastgesteld, waarbij de besmetting in Nederland is opgelopen. Dat is bijzonder, omdat het westnijlvirus in Nederland nog altijd maar sporadisch voorkomt.
Maar hoe komt zo’n virus eigenlijk in een Nederlandse mug terecht? En moet je je nu zorgen maken als je deze zomer wordt gestoken?

Van vogel naar mug… en soms naar mens
Het westnijlvirus heeft een bijzondere verspreidingsroute. Het virus circuleert vooral tussen vogels en muggen. Een mug kan het virus oppikken wanneer zij een besmette vogel prikt. Als deze mug daarna een ander dier of een mens steekt, kan zij het virus overdragen.
En daar zit een belangrijk detail: niet iedere mug kan het virus zomaar verspreiden. Het gaat om bepaalde muggensoorten die het virus kunnen opnemen en vervolgens doorgeven. Mensen en paarden zijn eigenlijk toevallige slachtoffers in deze cyclus. Zij spelen geen belangrijke rol in de verdere verspreiding van het virus.
Je kunt het dus ongeveer zo zien: 🐦 besmette vogel → 🦟 mug → 👤 mens
Een besmette vogel kan het virus niet rechtstreeks aan een mens doorgeven. Daar is die mug voor nodig.

Komt het westnijlvirus dan al voor in Nederland? Ja… Het westnijlvirus werd in 2020 voor het eerst in Nederland aangetoond. Toen werden besmette vogels en muggen gevonden en liepen ook mensen in Nederland een infectie op. Uit onderzoek van het RIVM blijkt bovendien dat het virus tussen 2021 en 2023 in Nederland bleef circuleren, onder andere bij enkele vogels en een paard. Dat betekent niet dat het virus overal in Nederland aanwezig is. Het komt sporadisch voor en de aanwezigheid kan per gebied en seizoen verschillen. Juist daarom wordt de verspreiding van het virus goed in de gaten gehouden. De recente besmetting bij een bloeddonor is daarom interessant: het laat zien dat het virus ook nu in Nederland kan circuleren en mensen kan besmetten zonder dat zij daarvoor naar het buitenland zijn geweest.

Wat merk je als je besmet bent? En nu het goede nieuws: de meeste mensen merken helemaal niets van een infectie. Volgens het RIVM krijgt ongeveer 80% van de besmette mensen geen klachten. Bij ongeveer 20% ontstaan milde, griepachtige klachten, zoals koorts, hoofdpijn en spierpijn. Soms komen daar bijvoorbeeld huiduitslag, buikpijn of diarree bij. In een klein deel van de gevallen verloopt de infectie ernstiger. Het virus kan dan het zenuwstelsel aantasten en bijvoorbeeld een hersenontsteking of hersenvliesontsteking veroorzaken. Dat gebeurt gelukkig maar zelden.

Maar waarom is een bloeddonor belangrijk? Dat iemand zich gezond voelt, betekent niet automatisch dat er geen virus in het bloed aanwezig is. En juist dát maakt een besmetting bij een bloeddonor relevant. Het westnijlvirus kan namelijk via bloedproducten worden overgedragen. Daarom worden bloeddonaties in bepaalde situaties getest op het virus, bijvoorbeeld wanneer een donor recent in een gebied is geweest waar westnijlvirus voorkomt. Het lichaam kan het virus bij gezonde mensen meestal zelf opruimen. Maar bloedtransfusies worden ook gegeven aan mensen die juist extra kwetsbaar zijn. Daarom is het belangrijk om te voorkomen dat een besmet bloedproduct bij een patiënt terechtkomt.

Moeten we nu bang zijn voor iedere mug? Nee, zeker niet. Een muggenbeet betekent niet dat je besmet bent met het westnijlvirus. Het virus komt in Nederland nog steeds maar sporadisch voor. Toch is het goed om alert te blijven. Zeker omdat muggen profiteren van omstandigheden waarin het warm genoeg is om zich voort te planten. Het westnijlvirus komt al langer voor in delen van Zuid- en Zuidoost-Europa en heeft zich de afgelopen jaren ook verder naar het noorden verspreid. En hoewel je natuurlijk niet iedere mug kunt ontwijken, ze lijken daar soms zelf nogal fanatiek in, kun je de kans op een beet wel verkleinen: gebruik insectenwerende middelen wanneer dat nodig is; draag bij veel muggen lange mouwen en een lange broek; gebruik horren voor ramen en deuren; voorkom stilstaand water rondom het huis, bijvoorbeeld in emmers, plantenbakken en schotels.

Een virus om in de gaten te houden
De vondst van het westnijlvirus bij een Nederlandse bloeddonor is dus vooral een belangrijk signaal om de verspreiding goed te blijven volgen. Het virus is niet nieuw in Nederland, maar de recente besmetting laat opnieuw zien dat het westnijlvirus ook hier de sprong van mug naar mens kan maken. Een mug lijkt misschien maar een klein onderdeel van de natuur. Toch kan juist zo’n klein beestje een belangrijke schakel zijn in de verspreiding van virussen. Dus de volgende keer dat je een mug hoort zoemen naast je oor: misschien toch maar even dat raam dicht. 😉