Hoe onderzoeken we een virus?

Virussen zijn misschien heel klein en kunnen niet op zichzelf leven, maar ze zijn alsnog aardig slim! Waarom zeggen we dat? Omdat er één ding is dat virussen ontzettend goed kunnen: zich aanpassen.

Waarom is onderzoek naar virussen belangrijk?

We nemen als voorbeeld het influenzavirus – het virus dat elk jaar miljoenen mensen de griep bezorgt. Niet al deze mensen worden ziek van hetzelfde influenzavirus.

Elk jaar zijn er weer vele nieuwe en net iets andere types influenzavirussen te vinden, die zich hebben ontwikkeld uit virussen die eerder heersten. Virussen kunnen zeer snel ontwikkelen, muteren en zich aanpassen aan nieuwe omstandigheden. Daarom is het belangrijk dat er constant onderzoek gedaan wordt naar nieuwe typen virussen.

Onderzoek naar infectieziektes

Laura Doornekamp, onderzoeker aan het Erasmus UMC, legt uit dat je voor het onderzoeken van virussen proefmonsters nodig hebt van besmette patiënten die mee willen doen aan het onderzoek. De proefmonsters met testmateriaal, bijvoorbeeld speeksel van de patiënt, worden in het laboratorium onderzocht. Zo wordt achterhaald hoe het virus is opgebouwd en hoe het te werk gaat. Deze informatie is essentieel voor het ontwikkelen van een vaccinatie om het virus te voorkomen, of een behandeling/kuur voor mensen die al met het virus besmet zijn geraakt.

Vergeet niet om een kijkje te nemen bij de andere onderzoeksvragen, want de resultaten van dit type onderzoek worden daar met je gedeeld!